Als natuur en cultuur mekaar ontmoeten, architectuur poëtisch wordt, de natuur niet imiteert maar haar begrijpt, bouwen geen daad van beheersing is maar van resonantie…
Een gebouw moet niet per se massief of zwaar zijn. In mijn zoektocht naar een eerlijke architectuur hoort dit zeker thuis. Deze manier van bouwen is verwant aan natuurlijke principes zoals een spinnenweb, een zeepbel, de bladeren van planten en bomen, onze eigen huid…..
De vormgeving berust op spanning en elasticiteit. Ze volgt letterlijk de krachtlijnen. Ze is het gevolg van fysische evenwichtscondities eerder dan een handmatig uitgetekende vormgeving, weliswaar binnen opgegeven parameters zoals omtrekvolume, aantal en positie aantrekkingspunten en steunpunten. Ze is daardoor ideaal als het gaat over lichtheid, elegantie en efficiëntie.
Het verbruik aan materiaal is minimaal. In een tijd van grondstofschaarste, circulariteit en klimaatdruk biedt het veel voordelen. Het kan worden gedemonteerd, hergebruikt , kan dynamisch reageren op licht, temperatuur en wind.
De toekomst ervan ligt in intelligente, duurzame materialen : biobased, zichzelf herstellende, tegen UV en vervuiling bestendige membranen, in structuren die energie kunnen opwekken en vooral de publieke acceptatie ervan.